22 Apr, 14:41, 119
x viewed
Soms overkomt het me op feestjes: iemand begint luidkeels zijn mening over kunst te verkondigen. Meestal het type bitterbalbral. Niet gehinderd door enige kennis, maar met een bravoure alsof ze persoonlijk de definitie van ‘kunst’ voor de Dikke van Dale geschreven hebben, worden gemeenplaatsen gespuit waar zelfs een platte B-krant voor zou terugdeinzen. Over de nutteloosheid van kunst, en dat kunst is wat je zelf mooi vindt en zo.
Pijnlijk vind ik dat altijd. Maar ook zo… been there, done that, got the T-shirt.
Soms kijken die types mijn richting op. Oh nee! Willen ze bijval, of hopen ze dat ze hun door borrels geslepen tong op mijn tegenargumenten kunnen botvieren?
Helaas, ik voel mij niet geroepen te reageren. Soms ontstaat echter zo’n moment van vette pech, waarop de bral in kwestie rechtsstreeks mijn mening vraagt. Kennelijk moet ik als beeldend kunstenaar mijn mening paraat hebben.
Nu is het moeilijk discussieren in nuances tegen de onwrikbaarheid van de bitterbal.
Bovendien, is er een reden voor dat ik als kunstenaar mijn mening over kunst paraat zou moeten hebben? Kunst is een verzamelnaam die zoveel aspecten bevat, dat je niet eens zou willen begínnen te discussieren.
Want waar heb je het over?
Kunst is communicatie. Vraag maar aan de reclamemaker, die zich natuurlijk bedient van van oudsher beproefde technieken om, jawel, een publiek aan te spreken.
Kunst is vormgeving. Kunst is architectuur. Kunst is ontdekking, ontwikkeling(bijvoorbeeld van de fotografie.) Dat lang geleden de mensheid zoveel ging ontdekken, dat om technische redenen al deze disciplines gesplitst zijn, doet daar niets aan af.
Kunst is belegging. (En dat vind ik nog wel een van de merkwaardigste functies van kunst. Dat je in goud investeert, oke. Het kan gejat worden, er kan ook teveel van gedolven worden, maar dat is het zowat. Een kunstwerk bestaat uit akelig vergankelijk materiaal. Linnen, latjes. Wat verf. En die bestaat uit pigmenten en nog wat ingredienten die je in de keuken ook gebruikt. Olie en eieren en zo. Dingen waar een uiterste houdbaarheidsdatum op staat dus. Als ik een een slordige paar miljoen ging besteden, dan keek ik wel link uit…)
Kunst zijn de propagandaboodschappen die koningshuizen en allerlei regeringen gebruiken. Ja, ook de onze.
Kunst zijn de stamkleuren waarmee wij ons onderscheiden, zoals we dat ook met kleding en automobielen doen. Een Rosina Wachtmeester aan de muur, een Karel Appel, of een huilend zigeunermeisje of Donald Duck… het zegt allemaal wat over ons. ’t Lijkt heel wat, maar het is niks anders dan gele of blauwe verf op je wangen smeren.
Kunst is ambacht, en kunst is meesterschap. Maar kunst is ook die ene geniale ingeving, to go were no man has gone before…
En ja, kunst is ook een landschapje aan de muur. Of een tekening van je kleinkind. Of een tekening ván Anton Heiboer.
Eigenlijk praat ik helemaal niet zo graag over kunst. Niet met balletje, niet met wie dan ook. Het is gewoon veel leuker om kunst te maken.
Maar weet je wat nog wel het allerallerergst is? Dat mijn tenen echt proberen zich onder mijn voeten te krullen in mijn schoenen? Soms (nou ja, heel erg vaak, als de bral ooit van Mondriaan heeft gehoord, en dat heeft ie) begint de bral over zijn favoriete stokpaardje: ach, iedereen kan toch moderrenne kunst maken.
Neem nou die Mondriaan…
Oke, ik zou kunnen beginnen over de ontwikkeling in de schilderkunst rond de eeuwwisseling en dat het een nou eenmaal tot het ander leidt. Dat zou ik kunnen doen. No man is an island, ook Mondriaan niet.
Maar weet je wat? Ik glimlach.
En zet mijn tanden eens lekker in een bitterbal.